MOET JIJ DAN NIET HUILEN?

Vrijdag 10 januari 2020

MOET JIJ DAN NIET HUILEN?

 

Dat wordt vaak aan me gevraagd als we het over mijn werk hebben. ‘Als ik zou doen wat jij doet, dan zou ik echt mijn tranen niet in kunnen houden’, is vaak wat ze dan zeggen. Het is inderdaad hartverscheurend om het verdriet te zien, maar ook om te voelen van de ander. Ieder afscheid gaat om verdriet en in een hele korte tijd leer ik mensen kennen. Nu kun je je afvragen ‘in zo’n korte tijd’? Ja, is dan mijn antwoord. Ik kom binnen bij mensen als ze heel kwetsbaar zijn, ze vertellen jou over hun leven met hun dierbare. Vaak zit je met meerdere mensen om tafel en voelt de verhoudingen en daar moet je uiterst voorzichtig mee omgaan. Je moet ze in een korte tijd het vertrouwen kunnen geven dat je er voor hen bent in deze onmogelijk zware tijd. Dat ik ben ik, ‘ik ben er voor 300%’. Het gaat niet om mij, het gaat om hen.

Er wordt heel veel verteld, heel veel gedeeld en als ik weer ga moeten ze weten dat het goed zit. Ze moeten dat weten, maar vooral ook voelen. Ze moeten voelen dat het een mooi en warm afscheid gaat worden zoals zij dat voor ogen hebben. Er zijn dan nog enkele dagen, maar in die dagen moet ook veel gebeuren. Ondanks dat probeer ik er de rust in te brengen en de haast eruit te halen. Ik geef ook aan dat als ik weg ben en ze het gevoel hebben dat het niet klikt, ze dat tegen uitvaartondernemer moeten zeggen, want het is erg belangrijk dat het goed voelt. Eigenlijk zeggen ze dan meteen al dat ze me volledig vertrouwen en het ook goed zit. Toch vertel ik ze dit omdat ze moeten weten dat ze dit kunnen doen, want je kunt het maar één keer goed doen.

Ik ben er voor de nabestaande, echt dag en nacht en dat vertel ik ze ook. Niet dat iemand mij tot nu toe ’s nachts heeft benaderd, maar het mag wel. Als iemand zelf een tekst wil schrijven ontstaat dat meestal in de nacht en ja als ze me dan nodig hebben, dan ben ik er. Maar ’s avonds laat of ’s ochtends heel vroeg krijg ik regelmatig wel een appje en dat vind ik fijn. Ik vind het fijn dat ik weet dat als ze twijfelen of een vraag hebben dat ze daar dan ook mee naar mij komen en dat het niet in hun hoofd blijft ronddwalen. En zo gaat de week tot het afscheid verder, er is veel contact en eigenlijk kruipt de overledene in mij. Dat klinkt zweverig maar zo bedoel ik het niet. Als je met iemands levensverhaal bezig bent moet je diegene ook voelen, je moet je enorm kunnen inleven in zijn of haar leven. De foto’s die helpen daar ook bij, je ziet in beeld een heel leven voorbijkomen. Ik wil ook alleen met deze dienst bezig zijn zodat ik me volledig kan geven. Er gaat enorm veel tijd zitten in het begeleiden van een afscheid en die tijd heb ik, ik ben er.

Met dat inleven voel ik ook het verdriet wat er moet zijn bij de nabestaande, maar ook het verdriet wat de overledene moet hebben gehad om los te laten en dat is inleven en invoelen. Ik durf het te zeggen ‘ja dat kan ik’ en ik kan dat omdat ik zelf al vaker met dit bijltje heb gehakt. Ik weet als geen ander wat het verlies van een dierbare met je doet al vanaf mijn jonge leven en dat helpt enorm.

En dan wil ik dat de familie minimaal een dag voor het afscheid de fotopresentatie laten zien en dat met de muziek én tekst. Ik moet weten dat het goed is, dat het klopt met wie de overledene was en dat doe ik het liefste bij ze thuis. Ik ga dan naar ze toe, laat de fotopresentatie zien en de muziek horen én ik lees zelf de tekst voor. Wat er dan gebeurt dat is bijna niet te beschrijven. Als ik dan zie dat het ze ontroert en de tranen komen, dan weet ik dat ik de juiste toon te pakken heb. Ik hou iedereen dan nauwlettend in de gaten en zie wat het met ze doet. Ik trek daar dan ook weer veel tijd voor uit, want dan pas valt er iets van de nabestaanden af. Dan pas kunnen ze dit stukje loslaten, want het is goed en kunnen ze heel even achteroverleunen. Wat dat met me doet? Dat doet alles met mij, het maakt me dankbaar en ik weet dat ik met een gerust hart de dienst in kan gaan en de laatste puntjes op de i kan gaan zetten. Dat haalt voor mij ook een soort spanning weg.

Tijdens de dienst ben ik geconcentreerd of alles goed gaat, loopt de muziek en de foto’s er is veel oogcontact met degene die achter de ‘knoppen’ zit maar bovenal hou ik de nabestaande goed in de gaten. Er is een vertrouwensband ontstaan en tijdens de dienst ben ik uiterst geconcentreerd. In mijn teksten kun je voelen en horen dat ik me enorm heb ingeleefd en je ziet dat ik een band heb met de nabestaanden en dat dat ik er alles en ja echt alles uit heb gehaald. Als het nodig is schakel ik nog op het laatste moment, ik wil het zo natuurlijk mogelijk houden en geen verhaaltje van een blaadje voorlezen.

En dan als alles voorbij is help ik de uitvaartondernemer nog met alles opruimen en ondertussen spreken we nog over hoe alles gegaan is. Dan gaan we vaak samen nog persoonlijk afscheid nemen van de nabestaande en dat is nog zo’n dierbaar en dankbaar moment. Ik rijd daarna naar huis, soms een kort ritje en soms een langere rit, dan zeg ik meestal hard op tegen mezelf ‘wat heb ik toch een mooi beroep’.

Als ik dan thuiskom, gooi ik mijn schoenen uit en trek iets makkelijks aan en doe niets meer als alleen een beetje klungelen. Ik moet dan even alles van me af laten glijden en neem de tijd voor mezelf. Dan komen bij mij de emoties, maar voel vooral dankbaarheid. Ik ben dankbaar dat ik het vertrouwen heb gekregen om dit afscheid te mogen begeleiden.

Ik heb echt het mooiste beroep van de hele wereld, ook al gaat het om heel veel en intens verdriet!