MIJN VADER

Zondag 16 juni 2019

Mijn vader, Jan Fransen geboren op 20 december 1927. Hij is geboren in Vierlingsbeek en overleden in Vierlingsbeek op 5 oktober 1972.

Wie was mijn vader? Hij was ondernemer en een publiek figuur. Hij had het druk, niet alleen met zijn bedrijf, hij was ook altijd druk in ons dorp en daarbuiten. Hij behoorde tot de middenstand zoals ze dat in die tijd noemde. De onderneming nam hij over van zijn vader Martinus Fransen, hij had een elektriciteit bedrijf. Een winkel met witgoed, lampen etc. maar ook met mooie serviezen dat was dan weer de afdeling van mijn moeder. Hij had een technische service waar T.V. ‘s etc. werden gerepareerd, of op locatie voor het witgoed. Maar hij was met zijn bedrijf ook actief in de bouw hij had een zgn. elektrotechnisch installatiebedrijf. Ze hadden ook personeel in dienst, die erg belangrijk waren binnen ons gezin. Het was altijd druk bij ons in huis, ik herinner me de woorden ‘blijf maar’ als de bel ging. Wij maar ook andere kwamen altijd via de winkel naar binnen en dan riep je ‘blijf maar’ zo liep je dan via de winkel naar de keuken. Steeds als ik een winkelbel hoor wil ik het nog steeds roepen ‘blijf maar’.

Hij hield van muziek, was zeer actief binnen de plaatselijk harmonie en speelde zelf saxofoon. Dat wilde ik ook graag maar dat is me nooit gelukt, helaas heb ik niet dat talent. Ik vraag me wel eens af of dat anders zou zijn gegaan als mijn vader langer had geleefd, zou hij dan met mij geoefend hebben en zou het me dan wel gelukt zijn? Zo zijn er nog heel veel vragen: Wat als mijn vader langer geleefd had, ik was negen toe hij overleed, zou mijn leven er anders uitgezien hebben? Het zijn natuurlijk vragen waarop ik nooit een antwoord zal vinden, maar nieuwsgierig maakt het me wel. Hij was een zeer gepassioneerd brandweerman, hij was ook graag bij het ‘nablussen’. Met al de vrijwilligers gingen ze jaarlijks op reis, het was een hechte groep en ze maakte mooie reizen wat in die tijd toch best wel bijzonder was. Hij stond al met één been in het graf maar een vriend heeft ervoor gezorgd dat hij toch nog mee kon op die reis. Ze gingen de groep achterna in een auto zodat ze direct naar huis konden gaan als het nodig was. Zie je de foto’s van die reis dan snap je niet hoe hij het gered heeft, dat geeft wel aan hoe belangrijk deze reizen voor hem waren.

Ik was zijn oogappeltje, zegt men, ik was een nakomelingetje had een broer van 6 jaar ouder en heb een zus van 9 jaar ouder. Ik zeg ‘had’ een broer, omdat hij ook hetzelfde lot als mijn vader overkwam. Hij en mijn vader zijn beide overleden aan nierkanker, hoe wrang want zover als het nu bekend is zit hier geen erfelijke factor achter. Mijn broer liet ook een jong gezin achter. Wat voor een man mijn vader was hoor ik uit de verhalen van andere, toch gek ik was ‘al’ negen. Dat komt omdat mijn ouders het druk hadden, ze waren altijd in de rol als ondernemer. Aan het werk, maar ook in het netwerk dat behoorde tot ondernemen. Ik kreeg alles wat mijn hartje begeerde, had de mooiste jurkjes het ontbrak me aan niets. Mijn zus en broer zaten op kostschool en internaat dat was normaal in die tijd, binnen de middenstand, dat je kinderen ‘uit huis’ gingen. Dat heeft het wel gemaakt ik niet echt in een gezinsleven ben opgegroeid. We gingen wel ieder jaar met het gezin een paar weken op vakantie. Naar het buitenland en dat was best bijzonder, dan was mijn vader er voor ons. Aan die vakanties heb ik niet veel herinneringen was nog te jong denk ik. De herinneringen haal ik uit de foto’s en daar zie ik dat het mooie vakanties waren, we gingen met onze ‘travelsleeper’ naar de zon meestal aan een groot meer in Zwitserland of Oostenrijk.

Maar voelen? Daar zit dan ook mijn diep verlangen, ik wil het ook voelen. Ik wil voelen hoe mijn vader was, hoe hij om me gaf. Ik verlang ernaar dat ik het voel als ik aan hem denk, ik heb prachtige foto’s van hem en als ik ernaar kijk voel ik een groot verlangen. Ik ben ook trots als ik naar hem kijk, dan denk ik wat een knappe man, maar die trots komt voort uit mijn verlangen. Ik wil ook voelen hoe hij voelde, ik wil hem ruiken en wil zijn stem horen. Ik weet het niet hoe hij voelde, ik herinner zijn geur niet maar ook zijn stem niet. Ik wil niet van een ander horen hoe hij was, ik wil het gewoon zo graag vanuit mijn eigen ervaring weten zodat ik het ook voel maar het is er niet.

Dit diepe verlangen zal nooit worden ingevuld. Wie zou ik zijn geworden als hij daar een aandeel in had gehad? Als hij me nu zou zien, zou hij trots zijn van wat ik van mijn leven had gemaakt? Hoe zou hij zijn als opa? Het zijn allemaal 'wat als' vragen waar ik nooit een antwoord op zal krijgen.

Mijn nieuwsgierigheid naar Jan Fransen, mijn vader is een diep verlangen dat ik mijn hele volwassen leven al met mij meedraag en het doet zo af en toe goed pijn en dat geeft een dag als ‘Vaderdag’ toch een hele ander lading.

Daarom blijf ik het ook steeds zeggen, maak herinneringen, leg ze vast, maar voel ze ook en snuif ze op. Herinneringen brengen troost en helpen je verder op weg als je afscheid moet nemen van iemands leven.