DIEP VERDRIET

Maandag 25 maart 2019
Ik schrijf dit persoonlijk verhaal omdat ik merk, in gesprekken met cliënten en lotgenoten, dat ze dit herkennen en het moeilijk vinden om hierover te praten. Het is een vorm van rouw en dat is een breed begrip en laat zich niet inkaderen. Rouw is niet een woord dat persé bij een overlijden hoort. Rouw is een veel breder begrip, het is een emotionele reactie als gevolg van ‘een verlies van iets wat er niet meer is’ en dat in de breedste zin van het woord.

Toen ik 9 jaar was kroop er intens verdriet in mijn leven, dat met het overlijden van mijn vader. Mijn vader was een publiek persoon en zijn afscheid was daarom ook groots en kreeg veel aandacht. Maar het leven ging al snel door, in die tijd bestonden er geen rouwtherapeutes en als kind huppelde je ‘gewoon’ verder.  Nu weet ik dat door deze ervaring sommige angsten diep in mij geworteld zijn. Maar het verdriet wat echt als een mokerslag bij mij heeft ingeslagen, waar ik me veel meer van bewust ben, is het overlijden van mijn broer. Toch, door het prachtige gezin wat hij heeft achtergelaten heeft me dat vooral veel liefde en daardoor dankbaarheid gebracht, al het andere stopte ik weg. In al de jaren vanaf mijn jeugd is er een soort kamertje in mijn ziel ontstaan, een kamertje met een dikke muur, een zware deur met een groot slot erop. Ik praatte wel over het verdriet, maar toch het voelde alsof het over een ander ging en zeker niet over mij. Ik noemde altijd de ander, want voor hen was het verdriet en de impact 1000x groter als voor mij. Voor mijn gevoel moest ik me vooral met het verdriet van andere bezighouden, ik vond mezelf daarin niet belangrijk.

Toen ik ziek werd moest die ‘zware deur van het kamertje’ soms even van het slot af en de deur opende zich dan op een kiertje, snel ik stopte erin wat erin moest en dan weer op slot. De liefde en aandacht die ik kreeg viel als een warme deken over me heen. Ik was verbaasd eigenlijk en daardoor ook verrast van al die lieve woorden voor mij, ik was dat niet gewend. Ik was een meester in het wegschuiven van mezelf, de woorden ‘het gaat goed’ of ‘ik mag niet klagen’ of ‘tis zoals tis’ lagen voor in mijn mond. De mensen om mij heen, die de échte Marion goed kennen, maakte zich zorgen volgens hen moest ik ‘liever’ zijn voor mezelf. Sommige spraken het uit, maar ik gooide dat meteen weg want ‘het ging toch best goed’ en ‘ik voelde wat ik voelde’, dat was mijn reactie. Langzaam kroop er een groot gevaar naar binnen, het gevaar van vooral niet dicht bij mezelf blijven. Ik werd de hoofdrolspeelster in mijn eigen toneelspel zo voelt dat nu, als ik maar door ging en vooral niet mezelf voorop plaatste ging het wel goed. Tijdens de slechte dagen sloot ik me op, er waren maar enkele mensen die écht héél dicht bij me kwamen die écht zagen wat er aan de hand was. Het ging er in tijd, voor de buitenwereld, eigenlijk best vrolijk aan toe maar eerlijk is eerlijk ik vergat mezelf. Het is eigenlijk ook wel opvallend dat ik juist toen mensen dichtbij me liet die mij niet kende. Nu weet ik dat er naasten hoofdschuddend naar hebben gekeken, nu zeggen ze dat er geen ruimte was om dit bespreekbaar te maken. Als ik nu tegen ze zeg dat ik dit héél erg vind, geven ze aan dat ik mezelf daarover niet te hard moet straffen. Blijkbaar was dat wat ik nodig had in die tijd en daar moet ik mezelf niet te hard voor straffen, maar dat doe ik wel.

Tijdens mijn ziekteproces stopte ik mijn échte gevoelens weg, mijn eigen ziekteproces was niet belangrijk ik luisterde liever naar de verhalen van de ander en daar ging het fout. Ik cijferde mezelf zo ver weg dat gaandeweg het slot zich opende en kwam er toegang tot dat kamertje in mijn ziel. Wat erin zat sijpelde eerst langzaam naar buiten, beetje bij beetje. Ik werd opgezogen door verdriet en onmacht probeerde met alle macht mezelf aan de kant te schuiven maar de deur was niet meer te sluiten. Het opende zich met geweld en al het verdriet wat daarachter zat, stroomde met een grote snelheid naar buiten. Eerst was er een kleine opening, maar hoe dik de muren ook waren ze konden de kracht niet meer aan. Het is me duur komen te staan, het zien en voelen van de realiteit en hoe slecht ik voor mezelf heb gezorgd. Ik ben door een heel diep dal gegaan en ben me toen pas echt gaan open stellen bij mijn therapeute waar ik al geruime tijd kwam. Steeds beetje bij beetje kwam de echte Marion naar buiten, laagje voor laagje viel alles van me af en ik kwam tot kern. Ik probeer nu van mezelf te houden al is dat nog moeilijk, voor mijn gevoel ben ik zwaar tekortgeschoten. Er zijn nog steeds invloeden die me dat gevoel geven dat ik tekortgeschoten ben. Ik heb zeker niet aan hun verwachtingen voldaan, maar het kon niet anders de druk was te hoog. Ik was te ver af van mezelf het ging een kant op waar ik niet kon zijn, een kant op waar ik niet kan zijn omdat ik dat niet ben.

Een kamertje in je ziel met een slot erop kan eigenlijk best makkelijk lijken en voelen maar het is echt onhoudbaar. Nu ligt mijn ziel bloot, de kamer is verwoest en ben daardoor ook erg kwetsbaar geworden, maar het is wel de ‘echte’ Marion en daar gaat het om.

Wat ik met dit verhaal wil zeggen: BLIJF DICHT BIJ JEZELF, laat de mensen die je goed kennen binnen en de invloeden van buiten daar waar ze horen, je mag er zijn. Jij bepaalt wat er in het proces van ziekte en afscheid gebeurt en niet de ander. Voelt het niet goed, trap dan heel snel op die rem en neem het stuur krachtig in je hand en ga je eigen richting in. Jij hebt de regie, sluit de mensen die je écht kennen niet buiten en volg je hart want dat klopt!