VOOR JOU

Zaterdag 26 januari 2019
Het lot bracht ons tot elkaar, maar het lot dreef ons ook weer uit elkaar. We spraken dezelfde taal zeiden we, maar dat veranderde door het ongenadige lot. We hebben enorm veel gedeeld, we hebben dingen uit kunnen spreken die je alleen maar uit kunt spreken als je dezelfde taal spreekt. Het waren woorden en gevoelens die een ander niet begrijpen kan, dus we spraken ze alleen naar elkaar uit. Ja hoor af en toe vloekte en tierde we, zonder daar een lading aan te geven. We spraken de angsten uit naar elkaar en we wisten ook dat we dat niet weg moesten wuiven en dat onze intuïtie de leidraad moest zijn. We konden 24/7 bij elkaar terecht, zeker ook ’s nachts en dat was fijn. Woorden als ‘kom op positief blijven en je moet vechten’ zeiden we nooit want zo werkt dat niet. Nee we wisten dat we op onze eigen intuïtie moesten vertrouwen, want dat is de beste leidraad, ook al werd er soms door andere geadviseerd dat niet te doen. Steeds als er een onderzoek of uitslag kwam, of gewoon tussendoor, stuurde ik een foto dat het kaarsje weer brandde voor jou. We lieten elkaar ook snel weten hoe de uitslag was, omdat we wisten dat we voor elkaar in spanning zaten.

Langzaam maar zeker dreven we verder weg van elkaar, de machteloosheid kwam ertussen staan. De oneerlijke ongelijkheid van waar het kwartje heen zou rollen. We spraken daar wel over, maar we deden dan net of het er niet was. Maar het was er wel dat wisten we ook wel, het ging langzaam steeds meer tussen ons staan. Ik ging kapot van verdriet en voelde me schuldig dat het lot voor jou zo ongenadig was en mij nog steeds goed gezind. We wisten dat de hoop die af en toe om de hoek kwam kijken, niet veel zou brengen. We wisten beide dat deze rotziekte, als die eenmaal ongenadig toe geslagen had, een monster is en niet te bevechten. Maar je had geen keus, je moest het toch proberen voor jezelf maar ook zeker voor je naasten. Wie weet zouden de ontwikkelingen toch een oplossing bieden, loslaten was geen optie. Het leven om ons twee heen werd een show, we werden bezit van de openbaarheid. We werden krachtige vrouwen met een missie genoemd, maar zo voelde ik me zeker niet en kon het ook niet meer dragen, ik was en ben verre van krachtig. We zagen elkaar steeds minder want elkaar in de ogen kijken was moeilijk en je had al jouw kracht nodig voor de behandelingen en je naasten. De whats app. werd onze enige contact middel maar woorden via de whats app dat gaat niet altijd goed. Juiste woorden waren er niet meer, maar nog steeds was daar het kaarsje waar een kaart bij kwam bij te staan met de tekst ‘ik denk aan jou, niet vergeten hé’ en dat liet ik je wel regelmatig weten.  Vele tranen van onmacht hebben er bij mij om jou gevloeid en ze vloeien nog met enige regelmaat. De mensen die heel dicht bij me staan en mij écht kennen zien mijn verdriet van diepe pijn. Er zat en zit nog steeds veel stil verdriet in me, verdriet om jou en dat met een hele grote dosis schuldgevoel ook al wordt me steeds gezegd dat ik er niets aan kan doen. Het mogen blijven leven heeft voor mij een hele andere betekenis gekregen en dat is niet uit te leggen, dat begrijpt alleen diegene die dezelfde taal spreekt.

De kaart van ‘ik denk aan jou, niet vergeten hé’ heeft nu een gouden lijstje gekregen en dat kaarsje dat brand nog steeds elke dag. Bij het aansteken gaan mijn gedachten naar jou, want wat je in je hart bewaart raak je nooit meer kwijt. Ik hoop dat je daarboven op je wolk weet en voelt dat ik je nog zeker in mijn hart draag én……………………………………ik denk aan jou, niet vergeten hé!