EENZAAM, KLEIN EN KWETSBAAR

Zaterdag 05 september 2020
Ik ben weer terug in de tijd geworpen en wat voel ik me 'eenzaam, klein en kwetsbaar'. Ik loop al een tijdje met klachten rond en het wordt tijd om toch eens te gaan kijken of er niet een celletje van vijf jaar geleden een eigen leven is gaan leiden. Ik heb het zolang mogelijk uitgesteld omdat ik al hele duidelijke keuzes heb gemaakt voor als dit ooit het geval zou zijn.

Na veel wikken en wegen heb ik toch met Leon het besluit genomen om ‘mijn’ oncoloog te gaan bezoeken. Dit was al een hele stap voor mij en dan…………. dan word ik geconfronteerd met de maatregelen rondom de corona. Wat hebben mensen hierom heen een onmenselijk systeem ontwikkeld en hoe ‘klein en kwetsbaar’ maakt dit jou. Allereerst de afspraak, wat voor mij al een hele stap was om te maken. Je krijgt digitaal alles aangereikt in mijn geval via ‘mijncwz’, de meldingen komen via de mail. Dan begint de corona ellende,  drie paar dagen voordat je op controle komt krijg je iedere dag een vragen lijst.  Je moet daarvoor steeds weer inloggen bij ‘mijncwz’ en ik vraag me toch echt af; ‘hoe doen mensen dit die niet digitaal kundig zijn? Ze zijn des te kwetsbaarder omdat ze daarvoor iemand moeten inschakelen, hup weg eigen regie en zelfstandigheid’.  Je krijgt eerst een behoorlijke lange tekst met waarschuwende taal en dan dus 3 dagen op een rij dezelfde vragen. Het voelt alsof ik een of andere gangster ben die graag andere wil gaan besmetten. En dan komt het dat ik toch wel graag met Leon naar de oncoloog wil, nou nou is dat wel nodig is de vraag? Ook voor hem een vragenlijst ingevuld, hij hoeft er maar een in te vullen ik denk dat het risico bij hem kleiner is anders zou ik het niet weten.

Dan is daar de dag van de afspraak en bij aankomst staat er een grote tent met allemaal bordjes waarbij je kunt voorstellen dat er mensen zijn die door de bomen het bos niet meer zien. Je gaat de tent binnen, bijna leeg, ja echt bijna leeg. Helemaal aan het einde van de tent zitten vier medewerksters in een hokje en je voelt het al aankomen, je gaat vragen krijgen en je wordt al kleiner. Ik was meteen aan de beurt want ja er is bijna niemand in de tent, na wat vragen krijgen mijn man en ik een groene kaart mee. Oh ja er komt ook nog een stempel op van met de datum van die dag want stel je voor zeg dat ik een week later met dat zelfde groene kaartje naar het ziekenhuis kom want ja zo zijn wij mensen, echt niet te vertrouwen. We krijgen nog de boodschap mee dat we dat kaartje goed moeten bewaren en steeds moeten kunnen laten zien. We gaan naar binnen door allerlei geïmproviseerde loopgangetjes waar een vriendelijke dame mét mondkapje staat die vraagt of je een groen kaartje hebt. Eenmaal binnen zit daar een jonge man aan sta tafel mét mondkapje. Uhhh ja ik denk dat zijn werk voor die dag ‘zitten’ is, geen idee eigenlijk. We lopen langs allemaal mensen achter plexiglazen schermen, sommige hoor je bijna schreeuwen omdat de mensen aan de andere kant van het scherm hem of haar niet kunnen verstaan. Maar wat het meest opvalt, het ziekenhuis is leeg er loopt bijna niemand want ja je mag eigenlijk maar alleen komen.

Goed eenmaal binnen bij mijn arts mijn ‘klachten ’besproken waarvoor ik kom en ze vindt het toch belangrijk dat ik een beeldend onderzoek ga laten doen. Dat vinden wij eigenlijk ook wel een goed plan, dus stemmen daar mee in. Het lijkt ons verstandig dat we over de uitslag maar via telefonisch contact hebben want ja echt warm en menselijk kunnen we een ziekenhuis bezoek niet noemen, dan maar liever per telefoon.  Ik ga bloedprikken en we gaan weer naar huis wachtend op de afspraak. Wat ben ik blij dat Leon erbij was want er is toch wel veel besproken met mijn oncoloog en zo kunnen we dat nog eens samen evalueren.

Dan komt de dag van het onderzoek, uiteraard heb ik weer drie dagen voordien driemaal de vragenlijst ingevuld én ja er staat duidelijk dat ik alleen moet komen dus ga ik braaf alleen op pad. Ik kom weer bij de bewuste tent en nu vandaag was ik echt de enigste ‘patiënt’ in de hele tent en wel weer de vier medewerkers in hun hokje. Je zult het niet geloven, ik word er weggestuurd ik sta nl.in de verkeerde tent. Uhh  ja maar de radiologie is toch hier heel dichtbij, tja het is niet anders zo zijn nu eenmaal de regels ik moet toch helemaal buitenom naar de andere kant  van het ziekenhuis naar de andere ingang.  Ook daar staat een tent nu een iet wat kleinere. In deze tent zijn er twee hokjes met twee medewerkers en weer ben ik de enigste ‘patiënt’ in de tent. Ik krijg de groene kaart aangereikt (met de stempel van die dag) en kan op weg naar mijn onderzoek. Wat voel ik me’ klein en eenzaam’ als ik daar op een bankje zit, uiteraard achter plexiglas. Overal zie je grote stickers met diverse boodschappen dat je eigenlijk niet meer weet waar je heen moet, laat staan dat je het allemaal leest.

Eenmaal door een vriendelijk verpleegkundige geroepen worden de voorbereidingen voor het onderzoek gedaan. Dan sta ik ineens weer oog in oog met dat monster van een scan apparaat die een kijkje in mijn lichaam gaat nemen. Vandaag wordt er weer gekeken wat zich er binnen in mij afspeelt en boem ineens word ik weer teruggeworpen naar enkele jaren geleden en die had ik niet zien aankomen. Een golf van verdriet valt er over mij heen en ik voel me zo hulpeloos maar ik volg de aanwijzingen van de vriendelijk verpleegkundige. Wat voel ik me weer ‘machteloos, klein en eenzaam’ op die tafel. Eenmaal klaar wordt mijn infuus verwijderd en loop ik de ruimte uit en daar sta ik dan ‘klein en eenzaam’ in een grote gang. Hier had Leon moeten staan of een van mijn kinderen om mij op te vangen en te omarmen. Ik had echt een arm om me heen nodig van iemand die dicht bij me staat, maar ja dat mag niet dus ik was alleen.

En daar ligt mijn punt, we schieten door en de medewerkers achter het plexiglas vinden (of doen alsof) het de normaalste en meest gerechtigde zaak van de wereld is, want ja die boze corona toch. We worden behandeld alsof we een stel hersenloze burgers zijn die niet zelf keuzes kunnen maken en we erop uit zijn om ons zelf of een ander eens lekker te gaan besmetten.

Waar is de menselijke maat, wat zijn we toch met z’n allen aan het doen. Ik heb er dus voor gekozen om de telefonische uitslag maar telefonisch te ontvangen want voor menselijkheid hoef ik echt niet naar het ziekenhuis te gaan, dat maakt het tegenwoordig echt niet persoonlijker. Ik ben zo kwetsbaar nu, de tranen vloeien rijkelijk en dat niet voor de uitslag dat is niet mijn angst.  Mijn angst is hoe het verder moet, alles is zo afstandelijk en aan regels gebonden,  je kunt niet meer ‘gewoon’ ziek zijn. Ik voel me ontzettend ‘klein,  eenzaam en ontzettend machteloos’ door alles wat er van hogerhand verzonnen wordt, zonder dat er een wetenschappelijke laat staan een menselijke onderbouwing achter zit. Eerlijk we doen maar wat, maar de menselijke maat én het gezond verstand is ver te zoeken en dat maakt me angstiger dan de uitlag die komen gaat. Wat als de uitslag ‘slecht’ is ? Moet ik me dan echt steeds maar weer zo in een hokje laten duwen doordat er mensen achter hun buro’tje dit soort onmenselijke maatregelen treffen? dat is mijn grote angst voor mij, niet de kanker die me steeds achter op mijn hielen zit.

In mijn werk als afscheidsbegeleider heb ik te maken met veel verdriet,  ook de nabestaande voelen zich ontzettend klein en machteloos. We hebben het nu gezien bij Grapperhaus en zijn huwelijk, je hebt elkaar, de warmte en ja soms een hand of een omhelzing nodig. Is dat een probleem? Nee natuurlijk niet, ik ga nog altijd uit van het goede uit van de mens én dat ze heus wel weten dat als ze klachten hebben ze afstand moeten houden. Als vóór mij de deur opengaat en ik zie, zoals deze week weer,  een man machteloos en intens verdrietig voor me staan omdat zijn vrouw plotseling is overleden. Deze man reikte mij de hand,  dan deins ik echt niet terug alsof ik een of ander monster voor me heb. Nee dan pak ik die hand dan toon ik mijn warmte en geef ik hem het gevoel dat ik er ben voor hem en dat hij mij kan vertrouwen. Die hand was ik daarna weer zorgvuldig en ik laat me door niemand echt door niemand aanpraten dat wij mensen niet te goeder trouw zijn. Dat we niet te vertrouwen zijn en allemaal besmet zijn met dit virus . Het virus dat veroorzaakt dat mensen in een tunnel zijn gekropen en het onmenselijk hebben gemaakt. Natuurlijk let ik op en als het niet nodig is geef ik geen hand en ja ik hou afstand maar als iemand een schouder nodig heeft omdat hij of zij kapot gaat van verdriet dan geef ik die ook.

Ik ben geen complotdenker en als iemand meent mij in een complot mee te moeten geven, dan zeg ik nu alvast STOP…………………… want dat gaat niet gebeuren laat me met rust. Maar ik vraag me toch echt af als ik Hugo de Jonge zie staan met Mark Rutte aan zijn zijde bij een persconferentie en de boodschap aanhoor die zij verkondigen, of zij in die tunnel zitten en af en toe een zij uitgang hebben gemist.