Wereldkankerdag…
Vandaag is het Wereldkankerdag. Nee, daarbij denk ik niet meteen aan mezelf, al zou ik dat misschien wat meer moeten doen. Deze ellendige ziekte heeft mijn leven immers drastisch veranderd. In de tijd dat ik er zelf mee moest dealen, had ik dat heel zeker moeten doen. Maar juist de ander vooropstellen werd voor mij een vorm van overleven.
En toch… kan ik nu zeggen: ik leef. Dat realiseer ik me iedere dag weer, juist omdat ik weet dat het voor velen anders is.
Maar goed, daar gaat het nu niet om.
Vandaag is er extra aandacht voor kanker omdat het Wereldkankerdag is. Voor mij is het iedere dag Wereldkankerdag. Zoveel verdriet zie ik bij nabestaanden die machteloos aan de zijlijn hebben gestaan terwijl hun geliefde door deze ziekte werd getroffen. Ja, machteloos… Als ik bij hen aan tafel zit, hoor en zie ik het verdriet van mensen die in liefde hebben moeten loslaten, omdat het echt niet anders meer kon.
Als het leven lijden wordt, is liefde loslaten.
Maar sjonge jonge, wat stap je in een enorme achtbaan wanneer je met deze ziekte te maken krijgt en voor grote keuzes komt te staan. Het enige wat je kunt doen, is meegaan door al die bochten en afdalingen. Zo vaak wordt er gezegd: ‘Vechten hè’. Maar vechten helpt niet, echt niet. Want zou dat betekenen dat je niet genoeg hebt gevochten als je het niet overleeft? Daarmee doen we zoveel lotgenoten tekort.
Wat wél helpt, is soms even op de rem trappen en kijken waar je staat. Wat is er nog mogelijk? Wat niet meer? En wat gaat het je kosten, fysiek en mentaal? Die rem is zo belangrijk. Want niet alleen de ziekte vraagt alles van je, ook de omgeving wil dat je iedere kans aangrijpt.
Wat daarbij vaak vergeten wordt, is het leven zelf. Juist dán is leven zo belangrijk. Voor je het weet haalt die ellendige ziekte je in en is het te laat om nog écht te leven.
En dan kom ik uit bij… had ik maar.
Lieve jij, was ik destijds toch maar iets eerlijker geweest. Had ik maar bij jou aan de handrem getrokken. Had ik je maar voor de spiegel gezet en laten zien dat je vergat te leven. Je was aan het overleven, je was aan het vechten en zo ben je ook gegaan.
Er was zoveel wanhoop. Man oh man, wat voelde ik me machteloos. Alles, echt alles wat ik kon, heb ik gedaan, dacht ik, om te helpen. Maar het was geen helpen. Niet voor jou en niet voor mij.
Wat klein begon, jij en ik, liep uit tot iets groots. Zo groot dat ‘jij en ik’ verdween. Wij waren samen partners in crime tegen die ellendige ziekte. Wij konden ongegeneerd alles tegen elkaar uitspreken, zonder oordeel en dag en nacht. Bij onze naasten kon dat niet, want vaak kwam het voort uit wanhoop en we wilden hen niet kwetsen. Bovendien zouden ze het niet echt begrijpen.
Had ik maar, lieve jij… was ik maar eerlijker geweest. Had ik maar vaker op die rem getrapt, zodat ik mezelf niet zo verloren was en jij niet was vergeten te leven.
Wat achterbleef, is een groot litteken. En dan bedoel ik niet die vele littekens van alle operaties, maar een groot, lelijk litteken op mijn hart.
Had je…
Nu maar deze ziekte gekregen, als het dan toch had moeten zijn. We zijn zoveel jaren verder en de overlevingskansen zijn nu zoveel groter dan toen. Ik had het je zo gegund.
Jij bent mijn stille verdriet.
Niemand die het ziet, maar je bent er nog steeds…
Had ik maar…
Het heeft geen zin, dat weet ik.
Maar toch…
Kanker heb je niet alleen. En het is er niet alleen op Wereldkankerdag.
Sta hier eens bij stil én vergeet vooral niet te leven, het kan zomaar ineens over zijn!