Vervolg….

Mijn vorige blog vroeg om een vervolg.

 

Ik ben diep onder de indruk van de reacties die ik kreeg en van de enorme herkenbaarheid die daarin doorklonk. Met mij zijn er velen die voelen wat ik voel. Er kwamen ook reacties van bezorgdheid en daarom schrijf ik hier dit vervolg.

 

Ja, ik schreef over mijn kwetsbaarheid en dat was best een lastige stap. Toch heeft juist die kwetsbaarheid mij veel inzichten gegeven. Ze bracht mij naar een jarenlange therapie, steeds in kleine stapjes. We pelden laag voor laag af om te komen bij de oorsprong van die kwetsbaarheid. Uiteindelijk heb ik de kwetsbaarheid kunnen omarmen.

 

‘Je moet van jezelf houden om verder te kunnen:

dat is niet aan mij besteed.’

 

Nee, ik heb het geaccepteerd. Het zit diep in mij en het maakt mij tot wie ik ben. Maar… makkelijk is het niet. Zeker niet omdat mijn ‘buitenkant’ vaak iets anders doet vermoeden. Het maakt ook dat mijn hoofd voortdurend overuren draait en soms terug moet naar een plek waar geen prikkels binnenkomen. En ja, het maakt me onzeker. Ik voel me vaak ‘te veel’ en dat is lastig, ook voor de mensen om mij heen.

 

Maar… voor mijn werk brengt het mij veel, ook al denk ik (te) vaak dat ik nooit genoeg kan doen. Dat stemmetje van schuldgevoel, als ik eens wél aan mezelf denk, zal waarschijnlijk altijd blijven en daarom kan ik het maar beter zelf omarmen.

 

De oorzaak van dit alles ligt in mijn levenservaring. Juist die ervaring maakt dat ik de kwetsbaarheid van nabestaanden zo goed kan invoelen, ik noem het bewust geen meevoelen, maar invoelen.

 

Vergelijk het zo: een verloskundige kijkt anders naar haar vak als zij zelf een bevalling heeft meegemaakt. En een oncoloog zal zijn of haar werk ook anders beleven na een eigen kankerervaring. Dat is uiteraard geen voorwaarde om je werk goed te doen, maar het helpt wel om dieper te kunnen invoelen. Mijn kwetsbaarheid helpt mij in mijn begeleiding, daar ben ik van overtuigd.

 

Het daadwerkelijk delen van mijn kwetsbaarheid heeft me veel kopzorgen bezorgd. Niet omdat ik kwetsbaar bén, maar omdat ik niet als ‘een kwetsbaar persoon’ gezien wil worden. Dat was, en is, mijn grootste angst. Benader mij als Marion. Zie mij als Marion. Die kwetsbaarheid hoort bij mij, misschien in wie ik ben, maar ze definieert mij niet alleen.

 

Hoe ik mij diep van binnen voel, wordt vaak, of dat denk ik, anders geïnterpreteerd. Dus alsjeblieft, voor iedereen om mij heen: blijf mij zien zoals je mij ziet. Trek geen handschoentjes aan. Dat is niet nodig. Echt niet.

 

Mijn verhaal en alle reacties daarop maken opnieuw duidelijk dat de buitenkant lang niet altijd laat zien wie iemand werkelijk is. Oordeel niet op wat je ziet. Dat is precies wat ik in mijn werk én in mijn sociale leven probeer niet te doen, oordelen. Het maakt dat ik, door écht te luisteren, meer hoor. Door écht te kijken, meer zie. En ja, daar komt het weer, daardoor kan ik beter invoelen.

 

Wat een reacties. Wat is deze blog veel gelezen. Dat maakte dat ik dit vervolg móést schrijven. Ik ‘hou’ misschien niet van mezelf en ik vind mezelf ook niet ‘lief’, maar dat betekent niet dat ik niet volop in het leven sta. Ik zie heel goed hoe rijk mijn leven is en daar ben ik dankbaar voor. Ik kan heel goed genieten en ik blijf niet hangen in wat mij is overkomen. Dat heeft mij juist gevormd. En het maakt dat ik dit werk met volle overgave, voor de volle 300%, kan doen. Alleen moet ik mezelf vaker een ‘nee’ gunnen, zonder me schuldig te voelen, dat zou zeker helpen.